Door Marc Mijnlieff
UTRECHT – Het CDA in Utrecht gaat de komende raadsperiode de oppositie in, nadat de gesprekken aan de formatietafel mislukte. Volgens fractievoorzitter Bert van Steeg had zijn partij aanvankelijk vertrouwen in een succesvolle formatie, maar bleken de verschillen met de andere onderhandelende partijen uiteindelijk te groot.
“Wij hadden er zeker vertrouwen in, anders begin je er natuurlijk niet aan”, zegt Van Steeg. Het CDA schoof aan bij de formatiegesprekken met de ambitie om voor een zo breed mogelijke groep Utrechtse kiezers resultaten te behalen. Toch liepen de onderhandelingen vast. “We kwamen er op een aantal punten niet uit.”
Grote verschillen
Volgens Van Steeg lagen de grootste verschillen op inhoudelijke dossiers. Met name op het gebied van veiligheid keek het CDA anders naar bepaalde vraagstukken dan de andere partijen aan tafel. “Er waren een aantal onderwerpen die lastig waren en waar telkens discussie over ontstond”, aldus de CDA-politicus.
Ook op financieel vlak bleek het moeilijk om elkaar te vinden. “Het financiële plaatje rijmde niet altijd met dat van de andere partijen”, zegt Van Steeg. Hoewel dat niet de enige reden was om de onderhandelingen te verlaten, speelde het volgens hem wel degelijk een rol.
Constructieve oppositie
Nu het CDA buiten de coalitie valt, wil de partij zich profileren met wat Van Steeg omschrijft als “constructieve oppositie”. Dat betekent volgens hem dat de partij niet automatisch tegen voorstellen van de coalitie stemt. “Als we het eens zijn met ideeën van de coalitie, stemmen we daar gewoon voor. Als we het er niet mee eens zijn, komen we zelf met alternatieve voorstellen.”
Op welke onderwerpen die alternatieven precies zullen komen, is nog niet duidelijk. Een definitief coalitieakkoord ligt er immers nog niet. Wel verwacht Van Steeg dat het CDA onder meer op het gebied van veiligheid en industrie met eigen plannen zal komen.
Discussie
Ondanks het mislukken van de onderhandelingen kijkt Van Steeg positief terug op de sfeer tijdens de gesprekken. “Op persoonlijk niveau was het erg aangenaam en professioneel”, zegt hij. Wel erkent hij dat de onderhandelingen soms moeizaam verliepen. “Er was veel discussie en we waren het niet altijd met elkaar eens. Dat maakt het soms lastig, maar de onderlinge verhoudingen bleven goed.”
Een ander punt waar Van Steeg op terug kwam is de beperkte invloed die het CDA als kleinere partij had aan de onderhandelingstafel. Tegenover grotere partijen als GroenLinks-PvdA en D66 bleek het lastig om eigen standpunten door te drukken. “Je merkt dat je veel van je eigen punten niet kunt doorvoeren.”
Toch hoopt Van Steeg dat veel inwoners van Utrecht zich uiteindelijk kunnen herkennen in het coalitieakkoord dat wordt gesloten. Tegelijkertijd belooft hij dat het CDA vanuit de oppositie actief met eigen voorstellen zal blijven komen.
