UTRECHT – In Sevilla viert een groeiende groep FC Utrecht-supporters feest. Jolande, al 35 jaar supporter maar nooit eerder mee naar een Europese uitwedstrijd, vertelde erover in Rondom Woensdag op Domstad Radio.
Ze klinkt verrast, vrolijk en zichtbaar onder de indruk: “Half Utrecht lijkt deze kant op te komen. Het wordt voller en voller, en roder en roder.”
Rooftopbar
Ze belt vanuit een rooftopbar met uitzicht op de grote kathedraal, omringd door muziek, zon en glazen sangria. “We zijn volgens mij bij nummer vier,” geeft ze lachend toe. Het fruit mag ze niet meer opeten, kreeg ze te horen. Een teken dat de sfeer goed zit.
Vak vanuit het hart
Voor Jolande is het extra bijzonder omdat ze de club al lang volgt én vrijwilliger is bij Vak Vanuit het Hart, waar ze samen met collega Inge supporters begeleidt die wat extra aandacht kunnen gebruiken. In Utrecht “vertroetelt” ze fans die ouder zijn, minder mobiel, of een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Nu is zij zelf degene die begeleid wordt, lacht ze: “Normaal begeleid ik de mannen, maar nu begeleiden ze mij.”

Ovasie van Utrechter
Sinds haar aankomst ziet Jolande de stad langzaam vullen met Utrecht-shirts. Eerst verspreid, later steeds meer volle groepen. Haar zoon reist later aan, net zoals vele andere fans die werk of studie moesten combineren met hun trip. “Je komt elkaar steeds tegen. Iedereen loopt, zwerft, drinkt, lacht. Via één grote appgroep vind je elkaar sowieso weer terug.”
Voorpret
De wedstrijd tegen Real Betis begint pas om 21.00 uur. Dat betekent een dag lang voorpret: uitslapen, wandelen, eten, drinken en gezamenlijk richting stadion. “Zeven uur had ik ook prima gevonden,” zegt ze, “maar nu hebben we twee uur extra om te genieten.”
Sportief gezien zijn de Europese resultaten tot nu toe stroef, maar dat drukt de stemming nauwelijks. “Hoop heb je altijd, anders ben je geen Utrecht-supporter,” zegt Jolande. Alleen al de deelname voelt als beloning. “Zóveel jaar moesten we wachten. Dit meemaken is op zichzelf al prachtig. We gunnen het het team, Ron Jans en Van Seumeren.”
Foto: Jolande
